De afwijking

 

Eens, heel lang geleden werd er een mens geboren met een ernstige afwijking. Die afwijking werd niet meteen opgemerkt omdat het kind er gewoon uitzag.

Normaal gesproken lieten de ouders, net als hun mede aardbewoners de dieren dat doen, hun kinderen met een afwijking in liefde gaan. Er was geen angst voor de dood omdat de natuurlijke mens geen dood kende. Het leven werd geleefd en het einde van het lichamelijke werd als vanzelfsprekend aanvaard.

 

Het bleek al snel dat dit kind niet de volheid van het bestaan ervoer. Het had niet genoeg aan voldoende, maar er was een onophoudelijk verlangen naar ‘meer’.

Tevredenheid met zijn bestaan zoals de natuurlijke mens die had, kende hij niet. De connectie met Het Bewustzijn ontbrak, waardoor hij afgescheiden was van de natuur en van zijn medemens.

 

Deze mens plantte zich voort en zo ontstond er een nieuwe mensensoort.

Geen positieve bijzonderheid, zoals de denkende graag wil geloven, maar een fout in de natuur met verstrekkende gevolgen voor ten minste één planeet.

Simpel gezegd is het afwijkende bij deze mens de onmogelijkheid om zich bewust te zijn van zijn oorsprong. Om zijn permanente verlangen naar vervulling te kunnen stillen, ontstond Het Denken.

De mens moest nadenken hoe te krijgen wat hij verlangde en bedenken hoe hij het kon behouden. Hij moest zichzelf aanleren hoe hij op effectieve wijze kon realiseren wat hij vanuit zijn permanente verlangen wilde bemachtigen.

 

De natuurlijke vredelievende mens, die genoeg had aan het leven zelf en die geleid werd door de Intelligentie van Het Bewustzijn met zijn stem Het Instinct, werd door de geboren denkers uitgebuit, beroofd en onder dwang bekeerd tot hun geloof Het Denken. Zo werden, onder de heersende macht van de geboren denkers, natuurlijke mensen eveneens denkers. Er ontstond de met Het Denken besmette mens oftewel de geconditioneerde mens.

 

De denkende mens is ervan overtuigd dat zijn gevoel van leegheid ooit, ergens in de toekomst, plaats zal maken voor een gevoel van tevreden volmaaktheid.

Hij gelooft dat groeien naar perfectie mogelijk is. Het doel, vervolmaking bereiken, betekent voor Het Denken steeds meer bezitten en steeds meer voorstellen. Ook de met Het Denken besmette mens is door de indoctrinatie van de geboren denkers hiervan overtuigd geraakt.

 

Alles wat we om ons heen zien, is uit deze zogenaamde groei naar volmaaktheid voortgekomen.

Nader beschouwd is dit geschapene niet miraculeus, maar feitelijk volstrekt overbodig. Immers, de gezonde, natuurlijke mens heeft niet meer nodig dan eten, drinken, kleding en onderdak. Hij is tevreden met het bestaan zoals het is en heeft geen behoefte aan 'meer'. Er zijn als voorbeeld, nog diverse inheemse stammen in afgelegen gebieden die meer dan tevreden zijn met hun primaire behoeften.

 

Bij de natuurlijke mens bestaan verleden en toekomst niet, alleen dit moment wordt ten volle beleefd.

Door Het Denken deden verleden en toekomst hun intrede en alle gedachten die daarmee verband houden. Gedachten over de toekomst waarin de wens gerealiseerd moet worden en gedachten over het verleden, waarin het verwerkelijken van het gewenste niet gehaald werd.

 

De mens een afwijking van de natuur noemen is een bedreiging voor het geloof in eigen superioriteit.

 

In spirituele kringen is de gangbare mening dat ieder mens in staat is om zijn natuur te hervinden.

Ik wijk af van deze mening door de realiteit niet te ontkennen en stel de vraag:

 

hoeveel mensen zijn er die zich volledig bewust zijn van hun werkelijke natuur?

Ik schat dat door de eeuwen heen zo'n 80 à 90% van de mensheid als denkende sterft. Het Denken beheerste hun leven en zij zagen niet dat het een afgod was. De denkenden hier op Aarde zijn er in ieder geval in grote meerderheid. Was dat niet het geval dan zou de wereld er volkomen anders uitzien.

 

 

Uit Het Denken een afwijking